Verlangen naar vrijheid

Afgelopen weekend stonden we stil bij de betekenis van vrijheid. Op 4 mei herdachten we tijden van onvrijheid, om vervolgens de vrijheid die we op dit moment in Nederland mogen ervaren te vieren. In een wereld waar we ons steeds meer bewust zijn van alle oorlogen die duizenden kilometers van ons vandaan gevoerd worden, is vrijheid geen vanzelfsprekendheid. Toch zijn we ons vaak niet zo bewust van de vrijheden die we de hele dag door ervaren en is het van waarde om daar af en toe wat bewuster bij stil te staan.

Op 4 en 5 mei belichten we vrijheid vooral als een maatschappelijk en politiek begrip. Vrijheid is een mensenrecht en vormt het fundament van onze democratische samenleving. De nadruk ligt hier vooral op negatieve vrijheid, zoals Isaiah Berlin de vorm van vrijheid omschrijft waarbij iets negatiefs, zoals oorlog, afwezig is. Naast negatieve vrijheid omschrijft Berlin vrijheid ook in positieve zin. Het gaat hierbij om de mogelijkheden die we hebben om ons leven naar eigen behoefte in te richten. Doordat de afwezigheid van belemmeringen ook leidt tot meer mogelijkheden, zijn positieve en negatieve vrijheid met elkaar verbonden.

Vrijheid is echter niet alleen een groot maatschappelijk thema, maar zit ook in de hele kleine, alledaagse dingen, in de momenten van autonomie en eigen regie. Juist deze alledaagse vorm van vrijheid is bij een ziekenhuisopname vaak in het geding. Wanneer het lichaam zich niet meer onverstoord kan bewegen en niet meer op zichzelf kan vertrouwen, levert iemand een groot stuk vrijheid in, zowel in positieve als negatieve zin. Naast het verlies van gezondheid is vrijheid soms ook in meer letterlijke zin in het geding, wanneer iemand bijvoorbeeld in isolatie moet of wanneer vrijheidsbeperkende maatregelen nodig zijn. Wat betekent het om deze alledaagse, vanzelfsprekende vorm van vrijheid te verliezen?

Waar tragische situaties niet gemakkelijk oplosbaar zijn, is er geen eenduidige, voor de hand liggende manier om hiermee om te gaan. Alle mensen die ik de afgelopen weken hier heb gesproken en die door ziekte (een groot deel van) hun vrijheid en autonomie zijn verloren, zochten een eigen vorm van vrijheid binnen alle beperkingen waar ze (soms plotseling) mee geconfronteerd werden. Vrijheid zat nu in de nog kleinere dingen – in eigen series kunnen kijken, muziek kunnen luisteren, lekker eten mee laten brengen, durven hopen, wensen en vooruitkijken, en ook in mij ‘wegsturen’ wanneer er al genoeg mensen aan het ziekenhuisbed waren geweest. Wanneer vrijheid in grootse zin er (even) niet is, kunnen we gelukkig altijd terugvallen op de ‘kleine’ vormen van vrijheid die aansluiten bij de eigen behoeften.

Een ziekenhuisopname is vaak een moment waarop iemand zich bewust wordt van de waarde van die alledaagse vrijheid. Jan Terlouw verwoordt dit mooi in zijn gedicht “Vrijheid,” waar ik een stukje van citeer:

                        Wie ademhaalt vindt dat niet bijzonder.

                        Bij ademnood ga je het pas waarderen,

                        het zuurstofapparaat kan het je leren.

                        Ongehinderd ademen dat is een wonder.

Laten we dus niet alleen stilstaan bij vrede en vrijheid in grootse zin, maar ook af en toe een licht schijnen op alle alledaagse, ‘vanzelfsprekende’ vrijheden die misschien helemaal niet zo vanzelfsprekend zijn.